In de vierde ronde kwam ik weer veel interessante momenten tegen. Door keuzestress of fear of missing out zoals dat tegenwoordigheid heet, heb ik ze allemaal maar geplaatst. In de week van de examenuitslagen wil ik de lezer eerst zelf aan een kleine test onderwerpen. De oplossingen komen in dit verslag vanzelf voorbij. Een opvallende overeenkomst bij een aantal fragmenten was de opsluiting van stuk.

Wit aan zet

Wit aan zet

Kan zwart slaan op c5?

Zwart aan zet

Wit aan zet

Zwart aan zet

Zwart aan zet

Wit aan zet
In groep A stonden Mark van der Werf en Edwin van Haastert als enige twee spelers op 3 uit 3 en mochten tegen elkaar. Na 13 zetjes werd het punt gedeeld. Toch was het niet de kortste partij deze ronde. Dat was het duel Nick Tegelaar – Simon Heijungs.
De koplopers in groep A werden vergezeld door Bert van der Marel, die in een lastig eindspel won van Thomas Willemze. De partij had echter sneller beslist kunnen worden door in onderstaand diagram 31.Pd5! met torenvangst te spelen.

In groep B waren er ook twee spelers met drie punten uit de eerste drie ronden. Hier werd het punt pas in het eindspel gedeeld in de partij Marco Muilwijk – Wim de Ruijter.
De C-groep had al één koploper. Bram van Zuilen behield zijn voor voorsprong en zijn 100% score. Geholpen door zijn tegenstander Mick Stam die dacht toe te kunnen slaan op het verkeerde moment.
Hoe gemakkelijk een complexe stelling opeens kan omslaan kunnen we zien in de partij Peter Passenier – Arthur Maters.
In de partij Robin Schenkelaars – Manfred Kindt won laatstgenoemde met een fraaie aanval.
Ook een winnende aanval was te zien in de partij Arjo Andringa – Gideon van der Bent toen zwart te lang passief bleef.
Luc Pasteels was met zwart ook lekker aan het aanvallen. Soms moet wel iedere zet goed zijn om het te laten doorslaan. Reitze Feldmeijer kon de storm overleven en uiteindelijk er met de winst vandoor gaan.
Opvallende paardvorken in het volgende fragment. Arend Oosterhuis laat met wit na een stuk te winnen, waarna Peter Scheele met eenzelfde truc direct toeslaat. Later in de partij worden tot tweemaal toe stukken ingesloten, de rode draad van dit verslag. De materiële balans was toen al zoveel in het voordeel van zwart dat ik die fragmenten maar laat voor wat ze zijn.
Sieber Gunnar en Sjoerd de Witte laten zien dat één moment van oplettendheid grote gevolgen kan hebben.
De jeugdspelers in groep C hadden dit keer een voorkeur voor lastige pionneneindspelen. In het duel Noam Forman Dahan – Abel Mulder kwam zwart goed weg.
In de partij Jeroen van Dijk – Ilja Verbaken miste wit een verborgen verdediging. Hoe zwart wel had moeten winnen is een lange maar interessante analyse (vind ik dan).
In de partij Jan van der Knaap – Ywein Veldhuyzen ging materiaal verloren door een opstomende f-pion.
In Maxim Teianu – Aren Margaryan liet zwart een kans liggen.
In het duel met verwisselde achternamen Artur Margaryan – Sabin Teianu is de zwarte dame op avontuur gegaan.
Eveneens een damevangst had kunnen voorkomen in de partij Frank Zeven – Niek van der Maat.
Een gemiste kans deed zich ook voor in de partij Douwe Beentjes – Erwin Fakkert.
Als laatste een fragment wat al in het verslag van ronde 1 heeft gestaan. Een alerte schaker maakte mij erop attent dat er in de partij Cato de Zoeten – Niek van der Maat meer aan de hand is dan ik toen schreef. In lijn met het thema van dit verslag speelt dame-opsluiting een rol.
Heeft u allen opgaven goed? Dan bent geslaagd en mag de vlag uit met een schaakbord aan de stok.
