Strategie en tactiek in ronde 4

      Geen reacties op Strategie en tactiek in ronde 4

Na vier rondes is het toernooi om kampioenschap van de Leidse bond over de helft. Onze wedstrijdleider was ’s morgens onderweg vanuit Zweden gestrand in een kapotte trein in Denemarken en moest daarna nog op zoek waar zijn fiets was gebleven. Pas om half acht kwamen de eerste hulptroepen de zaal binnen, dus maakte ik me zorgen of deze ronde wel op tijd zou beginnen. Gelukkig kunnen de meeste schakers zelf wel de stukken opzetten of een klok instellen, dus alleen de dozen leeg kieperen en instructies over waar wit en zwart moet zitten waren voldoende voor mij. De partijen laten verder geen heel duidelijk thema zien, dus doen we het maar met deze algemene titel boven dit verslag. Of dit verslag zou toreneindspelen moeten heten. Die zag ik een paar keer voorbij komen. Statistisch gezien komen van alle eindspelen toreneindspelen het meeste voor. Het is afhankelijk van hoe je telt, maar ongeveer 1 op de 6 eindspelen is met alleen torens. Vermoedelijk omdat die pas laat in het spel komen en dus minder gelegenheid hebben gehad zich af te ruilen. Dus wie aan eindspeltechniek wil werken, moet met de toreneindspelen beginnen.

In de groep A ging het op bord 1 in de partij Arthur Pijpers – Artur Margaryan behalve om de eerste plek ook om de juiste spelling van de voornaam. De letter h maakte het verschil. Zwart dreigde mat te gaan via de h-lijn en moest opgeven.

De spelers in de partij van der Marel – Timmermans benutten hun inschrijfgeld maximaal door de langste partij van de avond te spelen. Er was zelfs extra een extra notatieformulier nodig.

In van der Bent – Cortenbach ging het mis bij vraag om dameruil of niet.

Met simpel schaak raakt wit in het nadeel in de partij Veenendaal – Passenier.

Zwart miste een kans op stukwinst in Prijs – Margaryan. Een zet of wat later offerde wit zelf een stuk voor wat rommelkansen, dus veel maakte dat niet uit. Zwart gaf het stuk op zijn beurt weer onoplettend terug, maar wist uiteindelijk het eindspel naar zich toe te trekken.

In de partij Verhoeff – Schenkelaars raakte zwart een stuk kwijt en gaf op. De engine vindt dat er echter weinig aan de hand is. Met een toren minder wil die gewoon doorspelen, weliswaar met een aantal pionnen meer en blijkbaar te weinig voor de tegenstander. Nooit te vroeg opgeven dus.

Listige eindspeltechniek bracht wit de winst in Morssink – Muilwijk.

De partij Kumar – Molenkamp eindigde ook in een toreneindspel, maar dat is niet wat ik wil laten zien.

Ook een toreindspel in de partij van der Scheer – Kurtoglu.

Inmiddels zijn op de lagere borden in de A-groep beland. In de partij Wagemans – van Briemen was het opeens uit.

In de partij Vergeer – van Amsterdam in groep B bleef het remise. Daarmee behield de zwartspeler de koppositie.

De koppositie in groep B moet wel gedeeld worden, omdat één van de achtervolgers wist te winnen.

Wit staat beter in de partij Lewerissa – Tegelaar met het mooie paard op d6, maar net zoals in Vergeer – Amsterdam is de rokade nog niet mogelijk.

Dat was het weer. De volgende ronde krijgen we concurrentie van Belgische en Egyptische voetballers.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *